Wet natuurbescherming

Bosbescherming

De voormalige Boswet was bedoeld om het totale oppervlakte aan bos in ons land op peil te houden. Het was geen regeling om concrete bosgebieden te beschermen. De Boswet kende ook geen vergunningenstelsel zoals bij besluiten over omgevingsvergunningen betreffende vellen. Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan maar zijn de regelingen vrijwel geheel ondergebracht in de nieuwe Wet natuurbescherming. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. Er zijn ook zaken veranderd. Zo bepalen de Provincies welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd.

Wanneer valt bos onder de Wet natuurbescherming?

Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Boswet. De gemeente kan voor de Boswet een andere “bebouwde kom Boswet” vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op.

Meldingsplicht

Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand, die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende Provincie. Het niet melden van de kap is een economisch delict en kan leiden tot een hoge boete. Dunning hoeft niet te worden gemeld maar kappen ten behoeve van paden, receptie en parkeerplaatsen is geen dunning. De boseigenaar dient er wel bedacht op te zijn dat afhankelijk van de APV van de betreffende gemeente een omgevingsvergunning vellen voorgeschreven kan zijn, ongeacht of het bos wel of niet onder de Natuurwet valt. Het kan dus zo zijn dat naast een verplichte melding ook een omgevingsvergunning vellen voorgeschreven is. Het voornemen om die dubbele bescherming weg te nemen is voorlopig nog niet uitgevoerd.

Herplantplicht

De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Ook het niet voldoen aan de herplantplicht is een economisch delict. Het is soms mogelijk om herplant te laten plaatsvinden op een andere locatie dan waar het bos stond. Dat wordt compensatie genoemd. Onder de Wet natuurbescherming is de herplantplicht vervallen voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie of instandhouding van van een Natura 2000-doel.

Kapverbod

In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuur- of landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat. Meer informatie?

 

DIRECT CONTACT
MANZ Legal
Hooghiemstraplein 167
3514 AZ Utrecht NL
 
030-2718844
jilles.vanzinderen@manzlegal.nl