Rupsje-nooit-genoeg of… Uitleg van de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’ veroorzaakt een serieus conflict in aanbesteding bestrijding eikenprocessierups

01-12-2014 door Jilles van Zinderen

Rupsje-nooit-genoeg of ….?

Een gemeente in Nederland hield een aanbesteding voor de preventieve en curatieve bestrijding van eikenprocessierups. Bij het inschrijvingsbiljet moest een inschrijvingsstaat worden ingediend die werd gebaseerd op fictieve hoeveelheden. Bij de meeste posten van die inschrijfstaat ging het om een geoffreerde prijs per stuk. Dat was alleen anders bij de bestekpost ‘Verkeersmaatregelen’. Bij die post werd gerekend met een eenheid ‘per keer’. Die twee woordjes zouden de kern worden van het geschil tussen aannemer X en de gemeente. Aannemer X schreef in op de aanbesteding en stelde in dat kader nog een vraag: ‘Wat moet worden verstaan onder “keer” (zoals omschreven bij de verkeersmaatregelen)?’ Het antwoord luidde: ‘Prijs geldt voor elke keer dat een afzetting moet worden toegepast.’ Je zou denken dat het daarmee voor beide partijen voldoende duidelijk was. De opdracht werd aan aannemer X gegund en op 2 mei 2011 werd de overeenkomst gesloten. Als eenheidsprijs per keer dat een verkeersmaatregel moest worden toegepast, was een bedrag van € 25,- overeengekomen. Op grond van het bestek waren de Standaard RAW Bepalingen ‘Standaard 2005’ op de overeenkomst van toepassing. We zijn nog geen jaar verder als op 6 februari 2012 de gemeente de overeenkomst opzegt. Tussen partijen was een onoverkomelijk verschil van inzicht ontstaan over de uitleg van het begrip ‘per keer’. Als gevolg van dit verschil in uitleg was er ook discussie ontstaan over het begrip ‘locatie’. Aannemer X interpreteerde het begrip ‘per keer’ als een vergoeding per boom, wanneer bij die boom verkeersmaatregelen noodzakelijk waren. Hij was dus van oordeel dat iedere boom een andere locatie was. De gemeente bestreed niet dat het soms nodig kon zijn om verkeersmaatregelen te nemen voor de behandeling van één boom, met name in het kader van een afgesproken 24-uursbehandeling. De vergoeding van €25,- was dan terecht. Maar in de meeste gevallen was slechts één verkeersmaatregel nodig voor de behandeling van meerdere bomen op één locatie. De gemeente meende dat in die gevallen ook maar één keer een vergoeding van €25,- verschuldigd was. Het verschil van inzicht tussen de contractspartijen over de uitleg van de overeenkomst en dan met name met betrekking tot de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’, leidde ertoe dat de gemeente een nota van aannemer X onbetaald liet en de overeenkomst beëindigde. Aannemer X startte een procedure bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA) waarin hij betaling van de nota vorderde. De advocaten van partijen dienden vijf processtukken en extra bewijsstukken in. Ook vond een mondelinge behandeling plaats. Op 25 februari 2014, meer dan twee jaar na de opzegging, deed de RvA uitspraak.

Per Keer en Locatie

Het draaide in de uitspraak van de RvA natuurlijk met name op de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’. Aannemer X verwees voor zijn uitleg van die begrippen naar CROW-publicatie 96a en b waarin volgens zijn wordt bepaald dat een afzetting voor maximaal 10 meter mag worden ingezet. Dat zou blijken uit de figuren 32c en 34c. Nu de bomen tenminste 10 meter van elkaar zijn verwijderd, vroeg elke boom om een verkeersmaatregel, aldus de aannemer. Daarnaast verwees aannemer X naar zijn vraag in de aanbestedingsprocedure en het antwoord daarop van de gemeente. De gemeente gebruikte artikel 62.07.01 van de RAW (Meet- en verrekenmethode) om haar uitleg hard te maken. Daarin staat: ‘De bij toepassen… gebruikte hoeveelheid “keer” betreft het aantal keren dat de maatregel op dezelfde locatie is toegepast, met dien verstande dat per etmaal het toepassen van die maatregel slechts eenmaal wordt betaald dan wel verrekend.’ De RvA is van oordeel dat de gemeente hier gelijk heeft. Het begrip ‘keer’ gaat dus om de toepassing van verkeersmaatregelen binnen een bepaalde locatie en niet per boom. De arbiter vindt ook dat het antwoord van de gemeente op de vraag van aannemer X tijdens de aanbestedingsprocedure past binnen deze uitleg. De figuren 32c en 34c regelen uitsluitend de afstand tussen de uit te voeren werkzaamheden en de te treffen verkeersmaatregel, welke afstand niet meer dan 10 meter mag zijn, aldus de RvA. Nu het begrip ‘keer’ is uitgelegd, moet nog geoordeeld worden over het begrip ‘locatie’. Daartoe verwijst de arbiter naar het bestek. In het bestek is onder artikel 01.02.01.02.04 een kopje ‘Verrekening op basis van staffel’ te vinden en alleen daaronder wordt het begrip ‘locatie’ uitgelegd; iedere locatie is een vak van 250 bij 250 meter. Weliswaar was de uitleg lastig te vinden, maar de arbiter oordeelde dat als er bij de aannemer onduidelijkheid bestond over dat begrip, aannemer X tijdens de aanbesteding maar een vraag hierover had moeten stellen.

Arbiter

De arbiter benadrukt dat hij van oordeel is dat ook de aannemer had kunnen weten dat zijn uitleg niet juist was. De kosten die aannemer X voor de verkeersmaatregelen in rekening had gebracht waren door zijn interpretatie hoger geworden dan de kosten voor de bestrijding van de eikenprocessierups! En de kosten voor de verkeersmaatregelen waren feitelijk gering omdat het om een simpel opklapbord op een rijdende of stilstaande wagen ging. De wanverhouding tussen de kosten voor de eigenlijke bestrijding en die voor de ondersteunende taak beoordeelde de arbiter als onredelijk. Aannemer X had wel recht op een vergoeding, maar per locatie en niet per boom. Omdat aannemer X in de arbitrageprocedure niet inzichtelijk had gemaakt hoe vaak hij de kosten voor verkeersmaatregelen wel in rekening had kunnen brengen, zijn die kosten ingeschat door de arbiter. Die kwam op een veel lager bedrag uit dan wat aannemer X oorspronkelijk in rekening had gebracht. De vordering van de aannemer werd daarom afgewezen. Sterker nog, de gemeente had een tegenvordering ingediend omdat zij meende dat ze al te veel had betaald. Ook wat dat betreft kreeg de gemeente gelijk waardoor aannemer X uiteindelijk zelfs een bedrag moest terugbetalen.

Redelijkheid

Aannemer X kreeg het lid behoorlijk op de neus. Er kan natuurlijk altijd verschil van inzicht bestaan over de uitleg van termen of andere onderdelen van een overeenkomst. Stel daarover zo veel mogelijk vragen tijdens een aanbesteding. En als er dan achteraf discussie ontstaat, speelt de redelijkheid ook nog een keer een rol.

DIRECT CONTACT
MANZ Legal
Hooghiemstraplein 167
3514 AZ Utrecht NL
 
030-2718844
jilles.vanzinderen@manzlegal.nl