De vallende iep en het ontbrekende nader onderzoek

15-12-2015 door Jilles van Zinderen

Een opvallende uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over schade aan een auto door een omgevallen iep in het stadscentrum. De onderaannemer die de boomveiligheidscontrole uitvoerde voor de Bomenwacht, heeft een beroepsfout gemaakt en de gemeente wordt daarvoor aansprakelijk gesteld.

Op 26 januari 2011 voerde een European Tree Technician, werknemer van een boomadviesbedrijf, in opdracht van de gemeente Amsterdam een boomveiligheidscontrole uit bij een Hollandse iep. De controle verliep met behulp van de VTA methode en de boom stond aan de Prinsengracht. De controleur constateerde rotting in de stamvoet, een slechte conditie en ernstige klankafwijking bij kloppen met een hamer, en stelde dat er een breuk- en instabiliteitsrisico was. De ETT’er adviseerde om binnen een jaar weer een VTA te laten uitvoeren, met extra aandacht voor eventuele uitbreiding van de rotting.

Op 10 augustus 2011 werd opnieuw een VTA uitgevoerd met inbegrip van hamer en prikstok. Vastgesteld werd dat de conditie nog steeds slecht was, de kroon en stamvoet matig waren en er sprake was van afstervingsverschijnselen. Ook constateerde men een holle/doffe klank, houtrot en ingevallen bast en/of houtweefsel. De boom werd gekwalificeerd als ‘attentieboom’ en moest binnen twaalf maanden opnieuw worden bekeken. Op 27 juli 2011 vond een derde VTA plaats. Nu werd de boom aangemerkt als ‘risicoboom’. In het kader van de beheertaak werd geadviseerd om de boom binnen drie maanden te rooien. Naast herhaling van de eerder genoemde kenmerken was namelijk ook duidelijk geworden dat de rotting aanzienlijk was toegenomen sinds een reeds in 2010 uitgevoerd nader onderzoek.

Total loss

Op 24 september, dus binnen de geadviseerde drie maanden, viel de boom om. Hij viel op een auto, die daardoor total loss was. De eigenaar wilde vergoeding van zijn schade en stelde de gemeente als eigenaar aansprakelijk. De gemeente wees aansprakelijkheid af. Nu de eigenaar van de auto en de gemeente er onderling niet uitkwamen, ging de eigenaar naar de kantonrechter. Hij stelde dat de gemeente onrechtmatig, althans in strijd met haar zorgplicht, had gehandeld en daarom de schade van Є4.601,16 moest vergoeden. Meer specifiek stelde de eigenaar dat de gemeente onvoldoende voor deze boom had gezorgd, nu deze op een plaats stond waarbij te voorzien was dat er aanzienlijke schade zou ontstaan wanneer hij zou omvallen. Nu er al gebreken waren geconstateerd, rustte op de gemeente een verhoogde zorgplicht, aldus de eigenaar. Ook meende de eigenaar dat de gemeente een onderzoeksplicht had, omdat er uitwendig zichtbare gebreken waren geconstateerd. Verder stelde het slachtoffer dat de gemeente voorzorgsmaatregelen had moeten nemen om te voorkomen dat mensen hun auto zo dicht bij de boom parkeerden. Het boomadviesbedrijf werd niet aansprakelijk gesteld.

Op haar beurt stelde de gemeente dat zij aan haar zorgplicht had voldaan door de boom systematisch te laten controleren. De boom was weliswaar aangemerkt als ‘risicoboom’, maar in die categorie slechts als ‘nader-onderzoekboom’ en niet als ‘urgente risicoboom’ of ‘noodkapboom’. Er was geadviseerd binnen drie maanden maatregelen te nemen en de boom viel om voordat die termijn was verlopen. Ook was er geen groot potentieel risico te verwachten, nu de kans op omvallen niet zo groot was dat de gemeente meteen maatregelen had moeten nemen. Het omhakken van de boom zou buitenproportioneel en kostbaar zijn, maar ook in strijd met het streven van de gemeente om het bomenareaal in stand te houden. Bij de beoordeling van deze zaak meende de kantonrechter dat het draait om de vraag of de gemeente maatschappelijk onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, door, gelet op de uitgevoerde boomveiligheidscontroles, geen maatregelen te nemen. Omdat de kantonrechter geen expert is op het gebied van boomveiligheidscontroles, schakelde hij een deskundige in om daarover een aantal vragen te beantwoorden.

Onderzoeksapparatuur

De derde deskundige was van oordeel dat het opvallend was dat er op 10 augustus 2011 geen onderzoeksapparatuur is gebruikt. Nu de aard en de ernst van het ‘gebrek’ onvoldoende in beeld te brengen waren, had een ‘nader onderzoek’ uitgevoerd moeten worden door middel van tomografie en/of graafonderzoek. Dit gold temeer omdat bekend is dat iepen stabiliteitsproblemen kunnen hebben. Weliswaar is de boom circa een jaar later opnieuw onderzocht, maar de inzet van onderzoeksapparatuur is uitgebleven. Zonder dit nadere onderzoek had niet de conclusie getrokken mogen worden dat de boom voldeed aan breukvastheids- en stabiliteitsnormen. De deskundige oordeelde verder dat de kans op omvallen groot was, gelet op de geconstateerde gebreken. Ook oordeelde hij dat de oorzaak leek te liggen in afbraak van hout van stamvoet en wortels als gevolg van uitgestelde onverenigbaarheid. De kwalificatie attentieboom of risicoboom zou pas kunnen worden gegeven na nader onderzoek, omdat daar meer onderbouwing voor nodig is. De deskundige meent dat na de VTA van 26 januari 2011 een nader onderzoek had moeten worden uitgevoerd. Als daarmee de ernst van de aantasting aantoonbaar was geworden, hadden er tijdig maatregelen genomen kunnen worden. Hij achtte de kans dat er dan maatregelen waren uitgevoerd 70 à 100%. Ook de kans dat het omvallen het resultaat was van het niet uitvoeren van die maatregelen, achtte hij 70 à 100%. De deskundige achtte het ondenkbaar dat er bij nader onderzoek geen andere conclusies zouden zijn getrokken. Verder gaf de deskundige uitdrukkelijk aan dat de gemeente zelf op normale wijze heeft gehandeld. In haar eigen handelen schuilde dus geen verwijt.

De kantonrechter was naar aanleiding van de deskundigenverklaring van oordeel dat de extern ingeschakelde ETT’er een beoordelingsfout heeft gemaakt, door noch na de VTA van 26 januari 2011, noch na die van 27 juli 2012 op korte termijn een nader onderzoek te laten uitvoeren. Gezien de locatie van de boom en de tot drie keer toe geconstateerde gebreken, die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot omvallen zouden leiden, heeft de gemeente onvoldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat derden voorzienbare schade zouden lijden als gevolg van de gebreken van de boom. Door die maatregelen na te laten, is de gemeente als eigenaar tekortgeschoten in de zorgplicht die op grond van artikel 6:162 BW op haar rustte. Dat zij de boomveiligheidscontroles liet uitvoeren door een derde, verandert hier niets aan. De gemeente moet de schade aan de eigenaar van de auto vergoeden en draait dus op voor de beroepsfout van de boomcontroleur.

Rechtbank Amsterdam: ECLI:NL:RBAMS:2015:8338 en ECLI:NL:RBAMS:2015:8337

http://www.boomzorg.nl/upload/artikelen/bz815vallendeiep.pdf

DIRECT CONTACT
MANZ Legal
Hooghiemstraplein 167
3514 AZ Utrecht NL
 
030-2718844
jilles.vanzinderen@manzlegal.nl