Al is Fryslân plat, it hat syn hichtepunten

04-04-2017 door Jilles van Zinderen

Al is Fryslan plat, it hat syn hichtepunten.

Al is Friesland plat, het heeft zijn hoogtepunten. Een van die hoogtepunten is in mijn optiek de doortastende uitspraak van de kantonrechter in Leeuwarden van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:3403).

In Harlingen stappen twee mannen om 06:00 uur in de morgen in een hoogwerker vlak voor een café/discotheek. Voor dat café staan twee grote iepen. Eenmaal hoog in de lucht halen ze een felgele gifspuit tevoorschijn en bespuit het tweetal de beide iepen, vermoedelijk met gif. Althans, dat zegt een getuige. Enkele uren later verdorren de bladeren van de beide bomen al. Die getuige klaagt al jaren over de het café en leeft in onmin met de eigenaar daarvan. En laat die eigenaar nou net een van de mannen zijn die hij in de hoogwerker meende te hebben zien.

Ooggetuigen

In een zaak als deze waar het gaat om vandalisme dan staat of valt de zaak afhankelijk van het bewijs en dan met name om bewijs van (oog)getuigen. De eigenaar van de bomen, in dit geval de gemeente Franeker, wil haar schade vergoed zien maar moet dan wel bewijzen wie het gedaan heeft. De café-eigenaar en ook de andere man in de hoogwerker ontkennen dat zij iets met het vergiftigen van de bomen te maken hebben. De café-eigenaar was die ochtend toevallig in de buurt om zijn hond uit te laten en heeft nog nooit in een hoogwerker gezeten, aldus hijzelf. En de tweede man, een bevriende aannemer uit Amsterdam, heeft alleen maar de hoogwerker gebracht en gehaald. Ook hij heeft volgens eigen zegge niet in de hoogwerker gezeten.
Er komt wel vast te staan dat de man uit Amsterdam de hoogwerker heeft gehuurd en dat de bomen zijn vergiftigd met glyfosfaat. Van een van de bomen is het toekomstperspectief nihil en bij bomen in de buurt is er 20% kans op uitval. De schade aan de bomen wordt getaxeerd op Є 18.113,70.

De vijf eisen van de onrechtmatige daad

Om als eigenaar van de bomen aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding moet aan vijf eisen worden voldaan. Er moet sprake zijn van (1) een onrechtmatige gedraging, (2) die gedraging moet de dader kunnen worden toegerekend, er moet sprake zijn van (3) schade, er moet sprake zijn van (4) causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade en tenslotte moet er sprake zijn van (5) relativiteit. Het vergiftigen van andermans bomen is natuurlijk zo onrechtmatig als het maar kan. Dat er schade is, staat ook wel vast. Dat de schade het gevolg is van de vergiftiging behoeft geen betoog. De overtreden norm ( het respecteren van andermans eigendom) is bedoeld om schade bij die eigenaar te voorkomen, dus ook aan de relativiteitsvereiste is voldaan. De vraag die dan nog resteert, is of de onrechtmatige gedraging deze twee gedaagde kan worden toegerekend. Hebben zij het gedaan en kan het hen worden verweten? Omdat de rechter zelf natuurlijk niet bij de vergiftigingsactie aanwezig was, is het aan de eisende partij om de rechter ervan te overtuigen dat dit de daders zijn. In veel vergiftigingsgevallen loopt het met name bij deze laatste vraag spaak. De vergiftiging is dan overduidelijk en vaak is er ook een donkerbruin vermoeden wie de dader is. Soms wordt er bijvoorbeeld al jaren door een en dezelfde persoon geklaagd. Maar vermoeden en bewijs zijn niet hetzelfde. Daarmee is niet gezegd dat het verhalen van schade door vergiftiging kansloos is als er geen sprake is van betrappen op heterdaad. Soms kan een oproep in de buurt of een (opgenomen) telefoongesprek met de vermoedelijke dader tot verrassende resultaten leiden. Ook wil de politie soms na enige overtuigingskracht en in goed overleg wel een onderzoek uitvoeren. Vermoedens kunnen dan mogelijk het onderzoek meteen de goede kant op sturen. Het verzamelen van bewijs vereist dus wel doorzettingsvermogen en creativiteit. Het wordt zelden in de schoot geworpen.
Het verzamelde bewijs moet uiteindelijk voorgelegd worden aan de rechter. Die heeft een zekere mate van vrijheid om bewijs te waarderen. Hij kan de getuigenverklaring van de ene persoon zwaarder wegen dan die van een ander. Zo kan een verklaring van een onafhankelijk meer gewicht in de weegschaal leggen dan een twijfelachtige verklaring van de mogelijke dader.

Veroordeeld

In het geval in Harlingen ging de kantonrechter in Leeuwarden niet mee in het ongeloofwaardige en inconsequente verweer van de beide daders. Aan de verklaring van de ooggetuige werd veel waarde gehecht, onder andere omdat dus vast was komen te staan dat de aannemer uit Amsterdam de gebruikte hoogwerker had gehuurd. Schriftelijke verklaringen van moeders en vrienden van de gedaagden mochten hen niet baten, mede omdat ze tegenstrijdig waren met hun eigen verklaringen. Wie veel liegt, moet veel onthouden en daar slaagden beide heren niet in. De kantonrechter kwam tot de slotsom dat de gedaagden de volledige schade moesten vergoeden. De gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld. De gemeente mag dan zelf weten bij welke gedaagde zij haar geld haalt.
Dit is een van die zaken waarbij de dader, terecht wordt veroordeeld om een aanzienlijke schade te vergoeden. Het laat zien dat het verhalen van schade, ook bij vergiftiging, zeker mogelijk is maar het vergt soms wel wat doorzettingsvermogen van de eigenaar. De signaalfunctie van deze verhaals actie van de gemeente is overduidelijk. Ik vermoed dat de inwoners van Harlingen het voorlopig wel uit hun hoofd zullen laten om daar bomen te vergiftigen.

http://edepot.wur.nl/414993

 

DIRECT CONTACT
MANZ Legal
Hooghiemstraplein 167
3514 AZ Utrecht NL
 
030-2718844
jilles.vanzinderen@manzlegal.nl