VBNE Praktijkadvies Eikenprocessierups in bos en natuur

De eikenprocessierups is een gegeven en gaat niet meer weg. Het is vooral een overlastprobleem en geeft een natuurlijk ongemak, alhoewel er ook serieuze gezondheidsrisico’s zijn. Om eigenaren en beheerders van bos, natuur en landschapselementen handvatten te bieden voor de omgang met eikenprocessierups heeft de VBNE een praktijkadvies opgesteld. In deze brochure leest u alles over de juridische aspecten, communicatie en mogelijk beheermaatregelen in bos- en natuurgebieden. Naast het opstellen van een brochure heeft de VBNE ook bijeenkomsten georganiseerd over de omgang met de eikenprocessierups in bos en natuur.

Met diverse juristen mocht ik meewerken aan de totstandkoming van dit praktijkadvies.

Eikenprocessierups en aansprakelijkheid

Samen met bomenjurist Bas M. Visser schreef ik voor het Vakblad Natuur, Bos en Landschap van de VBNE een artikel over eikenprocessierups in natuurgebieden en bossen.

Het zal niemand in Nederland zijn ontgaan dat de eikenprocessierups en de daarmee samenhangende overlast landelijke fenomenen zijn geworden, met 2019 als piekjaar. Sinds enkele weken gaat er geen dag voorbij zonder dat in de media-aandacht is voor de verwachte, aankomende plaag. Boomeigenaren maken zich zorgen om eventuele schadeclaims. Wat mag er van boomeigenaren worden verwacht om te voorkomen dat zij aansprakelijk zijn voor schade. Het draait daarbij om de zogenaamde zorgvuldigheidsnorm die een boomeigenaar in acht heeft te nemen. De zorgvuldigheidsnorm bepaalt wat een boomeigenaar moet doen of nalaten om niet aansprakelijk te zijn voor schade als gevolg van eikenprocessierups.

Het gehele artikel kunt u lezen op de website van de VBNE.

Eikenprocessierups: slechts hinderlijk of bron van schadeclaims?

In april publiceerde het Tijdschrift voor Agrarisch Recht (uitgeverij Den Hollander) mijn artikel over EPR: Eikenprocessierups; slechts hinderlijk of bron van schadeclaims. Wat mag van een terreineigenaar worden verwacht om aansprakelijkheid voor schade door eikenprocessierups te voorkomen? Het volledige artikel vindt u hier.

Uitspraak Hoge Raad bijl aan de wortel van Rekenmodel NVTB?

Op 15 december 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over het model voor schadetaxatie van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). In dat arrest heeft hij een streep gezet door de boomschadeberekening aan de hand van het “Rekenmodel Boomwaarde”.
Het Rekenmodel is door de NVTB ontwikkeld om de boomwaarde en boomschade te berekenen in gevallen waarbij dat niet mogelijk is aan de hand van de marktwaarde of de vervangingswaarde. Het gaat vaak om grotere bomen in de openbare ruimte, tuinen en parken, die geen productiefunctie hebben en die beschadigd zijn maar die niet vervangen hoeven te worden. Zeer kort samengevat wordt met het Rekenmodel de boomwaarde abstract berekend aan de hand van de kosten die gemoeid zijn om een vergelijkbare boom (soort, leeftijd, functie en vorm) op deze locatie opnieuw te realiseren. Denk daarbij aan aanschafkosten, nazorg in de eerste drie jaar en kosten voor begeleiding en beheer. Bij boomschade kan sprake zijn van functieverlies en/of kans op vervroegde uitval. Beide worden, afhankelijk van aard en omvang van de schade, uitgedrukt in een percentage. Dit percentage, vermenigvuldigd met de boomwaarde is dan de boomschade conform het Rekenmodel.
In de onderhavige zaak had Liander schade veroorzaakt aan een zomereik van de gemeente Heiloo. Er waren bij werkzaamheden wortels beschadigd maar de boom was (nog) niet verloren gegaan. De getaxeerde schade was conform het Rekenmodel Є4.968,-. Omdat Liander juridische bezwaren had tegen het Rekenmodel, heeft ze de zaak voor laten komen bij de kantonrechter, is zij in hoger beroep gegaan en daarna in cassatie gegaan. Centraal stond de vraag of nadeel, zoals een tijdelijk beperkte functie en belevingswaarde en/of het risico op (vervroegde) uitval van de boom voor vergoeding in aanmerking komt.
Het gerechtshof en de Hoge Raad leggen de boomschade conform het Rekenmodel uit als kosten die zijn gemaakt om het genot van de boom te krijgen en te houden, en die door de beschadiging hun doel hebben gemist. De Hoge Raad is van oordeel dat wanneer een boom wordt beschadigd zonder dat vervanging noodzakelijk is, deze boom tot de beschadiging zijn functie volledig heeft vervuld en daarna nog deels vervuld. Daarom kan volgens de Hoge Raad de hoogte van de schade niet gebaseerd op het uitgangspunt dat deze kosten hun doel zouden hebben gemist.
Daarnaast stelt de Hoge Raad dat onzekere toekomstige omstandigheden, zoals de kans op zelfherstel en de kans op andere oorzaken voor uitval, met zich meebrengen dat de uiteindelijke, werkelijke schade niet redelijkerwijs kan worden begroot met een uitvalpercentage die volgt uit een algemene regel, zoals het Rekenmodel van de NVTB.
Door dit arrest kan dus het Rekenmodel van de NVTB niet meer eenzijdig worden gebruikt om het waardeverlies van een boom te bepalen wanneer deze is beschadigd maar niet vervangen hoeft te worden.

https://www.fieldmanager.nl/upload/artikelen/bz8uitspraakhogeraad.pdf

Al is Fryslân plat, it hat syn hichtepunten

Al is Fryslan plat, it hat syn hichtepunten.

Al is Friesland plat, het heeft zijn hoogtepunten. Een van die hoogtepunten is in mijn optiek de doortastende uitspraak van de kantonrechter in Leeuwarden van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:3403).

In Harlingen stappen twee mannen om 06:00 uur in de morgen in een hoogwerker vlak voor een café/discotheek. Voor dat café staan twee grote iepen. Eenmaal hoog in de lucht halen ze een felgele gifspuit tevoorschijn en bespuit het tweetal de beide iepen, vermoedelijk met gif. Althans, dat zegt een getuige. Enkele uren later verdorren de bladeren van de beide bomen al. Die getuige klaagt al jaren over de het café en leeft in onmin met de eigenaar daarvan. En laat die eigenaar nou net een van de mannen zijn die hij in de hoogwerker meende te hebben zien.

Ooggetuigen

In een zaak als deze waar het gaat om vandalisme dan staat of valt de zaak afhankelijk van het bewijs en dan met name om bewijs van (oog)getuigen. De eigenaar van de bomen, in dit geval de gemeente Franeker, wil haar schade vergoed zien maar moet dan wel bewijzen wie het gedaan heeft. De café-eigenaar en ook de andere man in de hoogwerker ontkennen dat zij iets met het vergiftigen van de bomen te maken hebben. De café-eigenaar was die ochtend toevallig in de buurt om zijn hond uit te laten en heeft nog nooit in een hoogwerker gezeten, aldus hijzelf. En de tweede man, een bevriende aannemer uit Amsterdam, heeft alleen maar de hoogwerker gebracht en gehaald. Ook hij heeft volgens eigen zegge niet in de hoogwerker gezeten.
Er komt wel vast te staan dat de man uit Amsterdam de hoogwerker heeft gehuurd en dat de bomen zijn vergiftigd met glyfosfaat. Van een van de bomen is het toekomstperspectief nihil en bij bomen in de buurt is er 20% kans op uitval. De schade aan de bomen wordt getaxeerd op Є 18.113,70.

De vijf eisen van de onrechtmatige daad

Om als eigenaar van de bomen aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding moet aan vijf eisen worden voldaan. Er moet sprake zijn van (1) een onrechtmatige gedraging, (2) die gedraging moet de dader kunnen worden toegerekend, er moet sprake zijn van (3) schade, er moet sprake zijn van (4) causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade en tenslotte moet er sprake zijn van (5) relativiteit. Het vergiftigen van andermans bomen is natuurlijk zo onrechtmatig als het maar kan. Dat er schade is, staat ook wel vast. Dat de schade het gevolg is van de vergiftiging behoeft geen betoog. De overtreden norm ( het respecteren van andermans eigendom) is bedoeld om schade bij die eigenaar te voorkomen, dus ook aan de relativiteitsvereiste is voldaan. De vraag die dan nog resteert, is of de onrechtmatige gedraging deze twee gedaagde kan worden toegerekend. Hebben zij het gedaan en kan het hen worden verweten? Omdat de rechter zelf natuurlijk niet bij de vergiftigingsactie aanwezig was, is het aan de eisende partij om de rechter ervan te overtuigen dat dit de daders zijn. In veel vergiftigingsgevallen loopt het met name bij deze laatste vraag spaak. De vergiftiging is dan overduidelijk en vaak is er ook een donkerbruin vermoeden wie de dader is. Soms wordt er bijvoorbeeld al jaren door een en dezelfde persoon geklaagd. Maar vermoeden en bewijs zijn niet hetzelfde. Daarmee is niet gezegd dat het verhalen van schade door vergiftiging kansloos is als er geen sprake is van betrappen op heterdaad. Soms kan een oproep in de buurt of een (opgenomen) telefoongesprek met de vermoedelijke dader tot verrassende resultaten leiden. Ook wil de politie soms na enige overtuigingskracht en in goed overleg wel een onderzoek uitvoeren. Vermoedens kunnen dan mogelijk het onderzoek meteen de goede kant op sturen. Het verzamelen van bewijs vereist dus wel doorzettingsvermogen en creativiteit. Het wordt zelden in de schoot geworpen.
Het verzamelde bewijs moet uiteindelijk voorgelegd worden aan de rechter. Die heeft een zekere mate van vrijheid om bewijs te waarderen. Hij kan de getuigenverklaring van de ene persoon zwaarder wegen dan die van een ander. Zo kan een verklaring van een onafhankelijk meer gewicht in de weegschaal leggen dan een twijfelachtige verklaring van de mogelijke dader.

Veroordeeld

In het geval in Harlingen ging de kantonrechter in Leeuwarden niet mee in het ongeloofwaardige en inconsequente verweer van de beide daders. Aan de verklaring van de ooggetuige werd veel waarde gehecht, onder andere omdat dus vast was komen te staan dat de aannemer uit Amsterdam de gebruikte hoogwerker had gehuurd. Schriftelijke verklaringen van moeders en vrienden van de gedaagden mochten hen niet baten, mede omdat ze tegenstrijdig waren met hun eigen verklaringen. Wie veel liegt, moet veel onthouden en daar slaagden beide heren niet in. De kantonrechter kwam tot de slotsom dat de gedaagden de volledige schade moesten vergoeden. De gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld. De gemeente mag dan zelf weten bij welke gedaagde zij haar geld haalt.
Dit is een van die zaken waarbij de dader, terecht wordt veroordeeld om een aanzienlijke schade te vergoeden. Het laat zien dat het verhalen van schade, ook bij vergiftiging, zeker mogelijk is maar het vergt soms wel wat doorzettingsvermogen van de eigenaar. De signaalfunctie van deze verhaals actie van de gemeente is overduidelijk. Ik vermoed dat de inwoners van Harlingen het voorlopig wel uit hun hoofd zullen laten om daar bomen te vergiftigen.

http://edepot.wur.nl/414993

 

Boom geeft overlast, wat nu?

Twee meter-regel

Overlast door een boom van de buren wordt vaak veroorzaakt doordat de boom te dicht op de erfgrens staat. Volgens Jilles van Zinderen, advocaat bij MANZ Legal en webmaster van www.bomenrecht.nl, is de wet heel duidelijk over bomen bij de erfgrens.

‘Volgens artikel 5:42 uit het Burgerlijk Wetboek (BW) mag een boom niet binnen twee meter van de erfgrens staan. Indien dit wel het geval is, kan een buurman eisen dat je de boom verwijdert. Doe je dat niet, dan kan hij naar de rechter stappen om verwijdering te eisen.’

‘Toch zijn er ook veel uitzonderingen op deze wet, wat het vaak complex maakt. Elke gemeente mag namelijk zelf bepalen of ze de twee meter-regel aanhouden of dat ze kiezen voor een kleinere afstand. Dit staat per gemeente beschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die je online kunt vinden.

In sommige gemeentes is die afstand zelfs nul meter, om zo bomen te behouden. Onderzoek dus eerst zelf, of laat dit doen door een advocaat, hoe dit in jouw gemeente is geregeld. Een gemeente zelf mag overigens wel bomen plaatsen binnen twee meter van een erfafscheiding.’

Volgens de website www.nurecht.nl mag een boom ook binnen de twee meter-grens staan, wanneer: ‘de eigenaar van het aangrenzende erf toestemming kan geven, er een ‘scheidsmuur’ op de erfgrens staat – en de boom daar niet overheen komt – of als er sprake is van verjaring.’

‘Bij verjaring gaat het hier niet om de leeftijd van een boom, zoals vaak wordt gedacht, maar om de vordering tot verwijdering van de boom’, licht Van Zinderen toe. ‘Let, voordat je een boom plant, dus gewoon goed op dat je hem niet te dichtbij de erfafscheiding plaats. Zo hebben je buren minder kans op overlast van jouw boom.’

Overhangende takken en doorschietende wortels

Bij overhangende takken raadt de website www.juridischloket.nl aan om de volgende stappen te ondernemen:

  1. ‘Vraag aan uw buren of zij willen snoeien.’
  2. ‘Stuur een brief naar uw buren.’
  3. ‘Haal de takken zelf weg.‘Volgens artikel 5:42 uit het Burgerlijk Wetboek (BW) mag een boom niet binnen twee meter van de erfgrens staan. Indien dit wel het geval is, kan een buurman eisen dat je de boom verwijdert. Doe je dat niet, dan kan hij naar de rechter stappen en om verwijdering te eisen.’

Van Zinderen: ‘In artikel 5:44 BW staat inderdaad dat je zelf takken weg mag halen, nadat je eerst je buren hebt gewaarschuwd. Een misverstand is echter dat mensen denken dat overhangende takken pas verboden zijn als ze overlast veroorzaken, maar dat staat nergens letterlijk in de wet. Uitgangspunt is artikel 5:37, waarin staat je eigenaren van andere erven geen onrechtmatige hinder toe mag brengen.’

‘Nog een misverstand is dat mensen vaak denken dat overhangende takken kunnen ‘verjaren’. Maar het begrip ‘verjaring’ geldt alleen voor het artikel over de twee meter-grens, zoals we net al zagen.’

‘Voor doorschietende wortels gelden bijna dezelfde regels als voor overhangen takken. Ze horen geen overlast te veroorzaken en je mag dus van de eigenaar eisen dat hij de wortels verwijdert. Waar je bij overhangende takken eerst een brief naar de eigenaar moet sturen, hoeft dat echter niet bij doorschietende wortels. Die mag je volgens de wet gewoon zelf verwijderen.’

Schade door boom, wat nu?

Vallende takken of een omgevallen boom kunnen voor veel schade zorgen aan je huis, tuin of spullen. Wat kun je in dat geval het beste doen? Van Zinderen heeft de volgende tips: ‘Zorg in ieder geval dat je alle schade vastlegt, door middel van foto’s, video’s of door zelfs de hele boom te bewaren. Je moet de schade namelijk kunnen bewijzen.

Laat ook onderzoek doen naar de reden van de schade en laat daarvan een rapport opstellen door een schade-inspecteur. Wanneer je je dossier compleet hebt, stuur je een brief naar de andere partij, waarin je hen aansprakelijk stelt. Vaak komt er dan een verzekeraar aan te pas en moet je onderhandelen over de vergoeding.’

‘Onthoud altijd dat iedereen in Nederlands een zorgplicht heeft. Dat komt erop neer dat het je plicht is, goed voor je spullen te zorgen. Om te voorkomen dat een ander schade oploopt door jouw bomen, kun je het beste regelmatig je bomen laten controleren door een boomveiligheidsinspecteur op eventuele uiterlijke bijzonderheden, zoals scheuren, groene aanslag of bepaalde paddenstoelen bij de wortels. Ook moet je regelmatig je bomen verzorgen, bijvoorbeeld door dode takken weg te halen.’

Mag je een boom kappen?

Volgens Van Zinderen is het uitgangspunt bij het kappen van een boom, dat de boom jouw eigendom moet zijn. ‘Een boom is van jou, als je eigenaar van de grond bent waarop de boom staat. Per gemeente verschillen de regels voor het kappen van bomen. Op de site www.omgevingsloket.nl kun je door je postcode in te voeren en een aantal vragen te beantwoorden, te weten komen of je wel of geen kapvergunning moet aanvragen.

In veel gemeentes is er geen vergunning nodig en mag je de boom gewoon kappen, behalve als ze op een lijst van monumentale bomen staan. Lees hier meer over op: www.bomenstichting.nl. In andere gemeentes moet je wachten met kappen, totdat jou een kapvergunning is verleend.

Stappenplan bij overlast door boom

Wat kan je het beste doen als je last hebt van andermans boom? Van Zinderen vertelt:

  1. ‘Probeer de dialoog gaande te houden. Laat het niet uitkomen op ruzie, maar probeer het probleem in een overlegsituatie op te lossen. Hierbij kun je geld als smeermiddel gebruiken. Dat klinkt raar, maar vaak werkt dit sneller, is het uiteindelijk goedkoper en kun je vaak beter de band met je buren in stand houden.’
  2. ‘Wanneer bovenstaande niet lukt, kun je via de gemeente een buurtbemiddelaar inschakelen.’
  3. ‘Voordat je een aangetekende brief schrijft naar de andere partij, moet je je goed laten informeren. Bijvoorbeeld via de website www.bomenrecht.nl of door een advocaat.’
  4. ‘Als een eerste of zelfs tweede aangetekende brief niet werkt, kun je uiteindelijk het beste naar de rechter stappen voor een vonnis.’

 

https://rijdenderechter.kro-ncrv.nl/rechtshulp/boom-geeft-overlast-wat-nu

Bomen, bron van boosheid bij buren

Bomen, bron van boosheid bij buren

Wat mag wel en wat mag niet bij conflicten over bomen?

Ongeveer 2% van alle uitspraken van rechters in Nederland wordt gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl. De rechtbanken bepalen zelf welke vonnissen op het internet komen. Zij selecteren de vonnissen en proberen daarmee een representatief beeld van de Nederlandse rechtspraak te geven. Helemaal duidelijk zijn de selectiecriteria niet; het blijft soms onduidelijk waarom de ene uitspraak wel en de andere niet gepubliceerd wordt. Waarschijnlijk heeft het in sommige gevallen te maken met de nieuwswaarde. Ook kan het zijn dat een uitspraak interessant is omdat deze afwijkt van eerdere uitspraken in vergelijkbare gevallen.
Als advocaat, gespecialiseerd in conflicten over bomen, zie ik in mijn dossiers vonnissen voorbijkomen die niet gepubliceerd worden, maar toch de moeite van het vermelden waard zijn. Twee hiervan behandel ik in dit artikel.

Overlast

In het zuiden van ons land woont een bejaard echtpaar al meer dan 35 jaar in een mooie vrijstaande woning aan de rand van een bos. Niet alleen achter hun tuin, maar ook op hun eigen perceel staan vele grote bomen, waaronder eiken van meer dan 100 jaar oud.
Naast dit bejaarde echtpaar kwam korte tijd later een wat jonger echtpaar wonen, ook met een achtertuin tegen de bosrand. Op hun perceel staan nauwelijks (meer) bomen. Aan de voorzijde van beide percelen loopt de openbare weg. Tussen de percelen van de partijen en de openbare weg staat ook nog een rij bomen.

Na daar meer dan 25 jaar te hebben gewoond, begon het jongere echtpaar te klagen over de overlast die zij ondervonden van de vier 100 jaar oude eiken langs de erfgrens tussen beide percelen. Deze hielden inderdaad behoorlijk wat zonlicht tegen. In de winter kwam de zon niet eens boven de eiken uit. Ook kwam er veel afval uit de bomen. Elke herfst werden er kruiwagens vol blad, eikels en takken van het gazon gehaald; een gazon dat door de schaduw meer uit mos dan uit gras bestond. Weliswaar werd er na de eerste klacht regelmatig gesnoeid, maar dat was in de ogen van het jongere echtpaar niet voldoende. Vier van de eiken moesten weg, althans er moest een groot deel van de bovenkant af. Toen het oudere echtpaar aangaf de bomen te willen behouden, werd er vrijwel meteen een advocaat ingeschakeld.
De advocaat van het jongere echtpaar stelde dat de vier eiken van het oudere echtpaar te dicht op de erfgrens stonden. De afstand die bomen in het algemeen minimaal tot de erfgrens moeten hebben, staat vermeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek (BW): twee meter. Als die vier eiken zouden worden verwijderd, zou dat meteen een einde maken aan de onrechtmatige overlast die zijn cliënten stelden te ondervinden. Onrechtmatige overlast staat omschreven in artikel 5:37 BW.
Het oudere echtpaar nam ook een advocaat in de arm. Die wees de klagende buren erop dat de bomen al zo oud waren, dat hun recht om verwijdering te kunnen eisen al heel lang geleden was verjaard. Dat gebeurt namelijk na het verstrijken van twintig jaren. Verder vond het oudere echtpaar dat de bomen er al stonden toen het jongere echtpaar er kwam wonen en dat ze deze overlast dus konden voorzien. Als je bij aankoop van een huis overlast kunt voorzien, dan heb je meer overlast te accepteren, aldus het oudere echtpaar. Het jongere echtpaar weigerde dit te accepteren en legde de zaak voor aan de rechter.
De rechter bezocht de tuin en oordeelde (meer dan een jaar later!) dat de algehele verwijdering niet meer kon worden gevorderd, omdat er meer dan twintig jaren waren verstreken. Over de overlast bepaalde hij het volgende. Er bestaat geen algemeen recht op zonlicht. Dat er door de bomen minder licht in de tuin komt, is een feit, maar het weghalen van deze vier bomen zou daar geen einde aan maken, nu achter die eiken nog andere hogere bomen stonden. Ook stonden er achter en voor hun perceel nog hoge bomen. Kap zou niet leiden tot een aanzienlijke verbetering. Met al die bomen rondom het perceel van het jongere echtpaar, kon ook niet volgehouden worden dat al het boomafval in hun tuin van deze vier eiken kwam. Verder vond de rechter ook meewegen dat de bomen al zeer groot waren toen zij hun huis kochten. De overlast was te voorzien en dus hadden zij meer overlast te accepteren dan normaal gesproken.
De gehele vordering van het jongere echtpaar werd afgewezen en ze mochten het oudere echtpaar een flinke proceskostenvergoeding betalen.

Overhangende takken

In een ander geval, in het westen van ons land, legde de boze buur de zaak juist niet voor aan de rechter, maar greep zij zelf in. Er stond een 80 jaar oude grove den praktisch op haar erfgrens, waardoor bijna de helft van de kroon boven haar tuin hing. De boze buur schakelde haar rechtsbijstandsverzekering in. Die sommeerde de boomeigenaar om alle overhangende takken binnen zes weken te verwijderen. Als ze er daarna nog hingen, zou de boze buur de takken zelf laten verwijderen, zo waarschuwde deze. In artikel 5:44 BW staat het recht om ook om andermans overhangende takken af te zagen omschreven. Na enig corresponderen over en weer gaf de eigenaar van de den aan dat hij zelf de overhangende takken maximaal zou laten snoeien, maar wel met behoud van de habitus, levensduur en stabiliteit. Er was al een afspraak met een hovenier gemaakt; de snoei zou plaatsvinden na zijn vakantie in Frankrijk.
Eenmaal in Frankrijk ontving de eigenaar een e-mail, waarin de boze buur aangaf niet te zullen wachten. Toen de eigenaar terugkwam in Nederland, bleken werkelijk alle overhangende takken afgezaagd te zijn en was bijna de helft van de kroon verwijderd. Wat resteerde was een gehalveerde, lelijke boom. Het snoeiwerk was weliswaar vakkundig uitgevoerd, maar toch.
Nadat een taxatie was uitgevoerd door een NVTB-taxateur, bleek de schade €4.036,- te bedragen. De boze buur werd gesommeerd deze schade, de rapportkosten en de buitengerechtelijke kosten voor de advocaat te vergoeden. Zij wilde daarop vergoeding van de kosten die ze had gemaakt voor de snoeiwerkzaamheden. Ook werd er nog schadevergoeding geclaimd voor een vermeende verstopping van het riool. Die zou door de den zijn veroorzaakt. De partijen kwamen er niet uit en daarom werd ook dit geschil voorgelegd aan de rechter.
In deze zaak hoefde de rechter niet eens zelf de boom te bekijken om te zien dat de boze buur te ver was gegaan met de snoei. Weliswaar mocht zij onder voorwaarden overhangende takken snoeien en had ze aan die voorwaarden voldaan, maar het amputeren van zo’n groot deel van de kroon is misbruik van bevoegdheid (3:13 BW) en dus onrechtmatig. De schade moest integraal worden vergoed, en van de tegenclaim bleef weinig over. Nu de snoei onrechtmatig was, had de boze buur geen recht op vergoeding van die kosten, en ze had ook niet bewezen dat de schade aan het riool door de den was veroorzaakt.

Schrale troost

Uit beide uitspraken komt naar voren dat buren zich nog weleens laten verblinden door boosheid en de redelijkheid uit het oog verliezen. Weliswaar geeft de wet soms rechten die tegemoetkomen aan de belangen van deze boze buren, maar in veel gevallen worden de boom en de boomeigenaar beschermd. In de hier behandelde kwestie werden ze beschermd door het gezonde verstand van de rechter. Voor de den was het leed helaas al geleden; de schadevergoeding was slechts een schrale troost voor de eigenaar.

http://edepot.wur.nl/380589

De vallende iep en het ontbrekende nader onderzoek

Een opvallende uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over schade aan een auto door een omgevallen iep in het stadscentrum. De onderaannemer die de boomveiligheidscontrole uitvoerde voor de Bomenwacht, heeft een beroepsfout gemaakt en de gemeente wordt daarvoor aansprakelijk gesteld.

Op 26 januari 2011 voerde een European Tree Technician, werknemer van een boomadviesbedrijf, in opdracht van de gemeente Amsterdam een boomveiligheidscontrole uit bij een Hollandse iep. De controle verliep met behulp van de VTA methode en de boom stond aan de Prinsengracht. De controleur constateerde rotting in de stamvoet, een slechte conditie en ernstige klankafwijking bij kloppen met een hamer, en stelde dat er een breuk- en instabiliteitsrisico was. De ETT’er adviseerde om binnen een jaar weer een VTA te laten uitvoeren, met extra aandacht voor eventuele uitbreiding van de rotting.

Op 10 augustus 2011 werd opnieuw een VTA uitgevoerd met inbegrip van hamer en prikstok. Vastgesteld werd dat de conditie nog steeds slecht was, de kroon en stamvoet matig waren en er sprake was van afstervingsverschijnselen. Ook constateerde men een holle/doffe klank, houtrot en ingevallen bast en/of houtweefsel. De boom werd gekwalificeerd als ‘attentieboom’ en moest binnen twaalf maanden opnieuw worden bekeken. Op 27 juli 2011 vond een derde VTA plaats. Nu werd de boom aangemerkt als ‘risicoboom’. In het kader van de beheertaak werd geadviseerd om de boom binnen drie maanden te rooien. Naast herhaling van de eerder genoemde kenmerken was namelijk ook duidelijk geworden dat de rotting aanzienlijk was toegenomen sinds een reeds in 2010 uitgevoerd nader onderzoek.

Total loss

Op 24 september, dus binnen de geadviseerde drie maanden, viel de boom om. Hij viel op een auto, die daardoor total loss was. De eigenaar wilde vergoeding van zijn schade en stelde de gemeente als eigenaar aansprakelijk. De gemeente wees aansprakelijkheid af. Nu de eigenaar van de auto en de gemeente er onderling niet uitkwamen, ging de eigenaar naar de kantonrechter. Hij stelde dat de gemeente onrechtmatig, althans in strijd met haar zorgplicht, had gehandeld en daarom de schade van Є4.601,16 moest vergoeden. Meer specifiek stelde de eigenaar dat de gemeente onvoldoende voor deze boom had gezorgd, nu deze op een plaats stond waarbij te voorzien was dat er aanzienlijke schade zou ontstaan wanneer hij zou omvallen. Nu er al gebreken waren geconstateerd, rustte op de gemeente een verhoogde zorgplicht, aldus de eigenaar. Ook meende de eigenaar dat de gemeente een onderzoeksplicht had, omdat er uitwendig zichtbare gebreken waren geconstateerd. Verder stelde het slachtoffer dat de gemeente voorzorgsmaatregelen had moeten nemen om te voorkomen dat mensen hun auto zo dicht bij de boom parkeerden. Het boomadviesbedrijf werd niet aansprakelijk gesteld.

Op haar beurt stelde de gemeente dat zij aan haar zorgplicht had voldaan door de boom systematisch te laten controleren. De boom was weliswaar aangemerkt als ‘risicoboom’, maar in die categorie slechts als ‘nader-onderzoekboom’ en niet als ‘urgente risicoboom’ of ‘noodkapboom’. Er was geadviseerd binnen drie maanden maatregelen te nemen en de boom viel om voordat die termijn was verlopen. Ook was er geen groot potentieel risico te verwachten, nu de kans op omvallen niet zo groot was dat de gemeente meteen maatregelen had moeten nemen. Het omhakken van de boom zou buitenproportioneel en kostbaar zijn, maar ook in strijd met het streven van de gemeente om het bomenareaal in stand te houden. Bij de beoordeling van deze zaak meende de kantonrechter dat het draait om de vraag of de gemeente maatschappelijk onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, door, gelet op de uitgevoerde boomveiligheidscontroles, geen maatregelen te nemen. Omdat de kantonrechter geen expert is op het gebied van boomveiligheidscontroles, schakelde hij een deskundige in om daarover een aantal vragen te beantwoorden.

Onderzoeksapparatuur

De derde deskundige was van oordeel dat het opvallend was dat er op 10 augustus 2011 geen onderzoeksapparatuur is gebruikt. Nu de aard en de ernst van het ‘gebrek’ onvoldoende in beeld te brengen waren, had een ‘nader onderzoek’ uitgevoerd moeten worden door middel van tomografie en/of graafonderzoek. Dit gold temeer omdat bekend is dat iepen stabiliteitsproblemen kunnen hebben. Weliswaar is de boom circa een jaar later opnieuw onderzocht, maar de inzet van onderzoeksapparatuur is uitgebleven. Zonder dit nadere onderzoek had niet de conclusie getrokken mogen worden dat de boom voldeed aan breukvastheids- en stabiliteitsnormen. De deskundige oordeelde verder dat de kans op omvallen groot was, gelet op de geconstateerde gebreken. Ook oordeelde hij dat de oorzaak leek te liggen in afbraak van hout van stamvoet en wortels als gevolg van uitgestelde onverenigbaarheid. De kwalificatie attentieboom of risicoboom zou pas kunnen worden gegeven na nader onderzoek, omdat daar meer onderbouwing voor nodig is. De deskundige meent dat na de VTA van 26 januari 2011 een nader onderzoek had moeten worden uitgevoerd. Als daarmee de ernst van de aantasting aantoonbaar was geworden, hadden er tijdig maatregelen genomen kunnen worden. Hij achtte de kans dat er dan maatregelen waren uitgevoerd 70 à 100%. Ook de kans dat het omvallen het resultaat was van het niet uitvoeren van die maatregelen, achtte hij 70 à 100%. De deskundige achtte het ondenkbaar dat er bij nader onderzoek geen andere conclusies zouden zijn getrokken. Verder gaf de deskundige uitdrukkelijk aan dat de gemeente zelf op normale wijze heeft gehandeld. In haar eigen handelen schuilde dus geen verwijt.

De kantonrechter was naar aanleiding van de deskundigenverklaring van oordeel dat de extern ingeschakelde ETT’er een beoordelingsfout heeft gemaakt, door noch na de VTA van 26 januari 2011, noch na die van 27 juli 2012 op korte termijn een nader onderzoek te laten uitvoeren. Gezien de locatie van de boom en de tot drie keer toe geconstateerde gebreken, die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot omvallen zouden leiden, heeft de gemeente onvoldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat derden voorzienbare schade zouden lijden als gevolg van de gebreken van de boom. Door die maatregelen na te laten, is de gemeente als eigenaar tekortgeschoten in de zorgplicht die op grond van artikel 6:162 BW op haar rustte. Dat zij de boomveiligheidscontroles liet uitvoeren door een derde, verandert hier niets aan. De gemeente moet de schade aan de eigenaar van de auto vergoeden en draait dus op voor de beroepsfout van de boomcontroleur.

Rechtbank Amsterdam: ECLI:NL:RBAMS:2015:8338 en ECLI:NL:RBAMS:2015:8337

http://www.boomzorg.nl/upload/artikelen/bz815vallendeiep.pdf

Rupsje-nooit-genoeg of… Uitleg van de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’ veroorzaakt een serieus conflict in aanbesteding bestrijding eikenprocessierups

Rupsje-nooit-genoeg of ….?

Een gemeente in Nederland hield een aanbesteding voor de preventieve en curatieve bestrijding van eikenprocessierups. Bij het inschrijvingsbiljet moest een inschrijvingsstaat worden ingediend die werd gebaseerd op fictieve hoeveelheden. Bij de meeste posten van die inschrijfstaat ging het om een geoffreerde prijs per stuk. Dat was alleen anders bij de bestekpost ‘Verkeersmaatregelen’. Bij die post werd gerekend met een eenheid ‘per keer’. Die twee woordjes zouden de kern worden van het geschil tussen aannemer X en de gemeente. Aannemer X schreef in op de aanbesteding en stelde in dat kader nog een vraag: ‘Wat moet worden verstaan onder “keer” (zoals omschreven bij de verkeersmaatregelen)?’ Het antwoord luidde: ‘Prijs geldt voor elke keer dat een afzetting moet worden toegepast.’ Je zou denken dat het daarmee voor beide partijen voldoende duidelijk was. De opdracht werd aan aannemer X gegund en op 2 mei 2011 werd de overeenkomst gesloten. Als eenheidsprijs per keer dat een verkeersmaatregel moest worden toegepast, was een bedrag van € 25,- overeengekomen. Op grond van het bestek waren de Standaard RAW Bepalingen ‘Standaard 2005’ op de overeenkomst van toepassing. We zijn nog geen jaar verder als op 6 februari 2012 de gemeente de overeenkomst opzegt. Tussen partijen was een onoverkomelijk verschil van inzicht ontstaan over de uitleg van het begrip ‘per keer’. Als gevolg van dit verschil in uitleg was er ook discussie ontstaan over het begrip ‘locatie’. Aannemer X interpreteerde het begrip ‘per keer’ als een vergoeding per boom, wanneer bij die boom verkeersmaatregelen noodzakelijk waren. Hij was dus van oordeel dat iedere boom een andere locatie was. De gemeente bestreed niet dat het soms nodig kon zijn om verkeersmaatregelen te nemen voor de behandeling van één boom, met name in het kader van een afgesproken 24-uursbehandeling. De vergoeding van €25,- was dan terecht. Maar in de meeste gevallen was slechts één verkeersmaatregel nodig voor de behandeling van meerdere bomen op één locatie. De gemeente meende dat in die gevallen ook maar één keer een vergoeding van €25,- verschuldigd was. Het verschil van inzicht tussen de contractspartijen over de uitleg van de overeenkomst en dan met name met betrekking tot de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’, leidde ertoe dat de gemeente een nota van aannemer X onbetaald liet en de overeenkomst beëindigde. Aannemer X startte een procedure bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA) waarin hij betaling van de nota vorderde. De advocaten van partijen dienden vijf processtukken en extra bewijsstukken in. Ook vond een mondelinge behandeling plaats. Op 25 februari 2014, meer dan twee jaar na de opzegging, deed de RvA uitspraak.

Per Keer en Locatie

Het draaide in de uitspraak van de RvA natuurlijk met name op de begrippen ‘per keer’ en ‘locatie’. Aannemer X verwees voor zijn uitleg van die begrippen naar CROW-publicatie 96a en b waarin volgens zijn wordt bepaald dat een afzetting voor maximaal 10 meter mag worden ingezet. Dat zou blijken uit de figuren 32c en 34c. Nu de bomen tenminste 10 meter van elkaar zijn verwijderd, vroeg elke boom om een verkeersmaatregel, aldus de aannemer. Daarnaast verwees aannemer X naar zijn vraag in de aanbestedingsprocedure en het antwoord daarop van de gemeente. De gemeente gebruikte artikel 62.07.01 van de RAW (Meet- en verrekenmethode) om haar uitleg hard te maken. Daarin staat: ‘De bij toepassen… gebruikte hoeveelheid “keer” betreft het aantal keren dat de maatregel op dezelfde locatie is toegepast, met dien verstande dat per etmaal het toepassen van die maatregel slechts eenmaal wordt betaald dan wel verrekend.’ De RvA is van oordeel dat de gemeente hier gelijk heeft. Het begrip ‘keer’ gaat dus om de toepassing van verkeersmaatregelen binnen een bepaalde locatie en niet per boom. De arbiter vindt ook dat het antwoord van de gemeente op de vraag van aannemer X tijdens de aanbestedingsprocedure past binnen deze uitleg. De figuren 32c en 34c regelen uitsluitend de afstand tussen de uit te voeren werkzaamheden en de te treffen verkeersmaatregel, welke afstand niet meer dan 10 meter mag zijn, aldus de RvA. Nu het begrip ‘keer’ is uitgelegd, moet nog geoordeeld worden over het begrip ‘locatie’. Daartoe verwijst de arbiter naar het bestek. In het bestek is onder artikel 01.02.01.02.04 een kopje ‘Verrekening op basis van staffel’ te vinden en alleen daaronder wordt het begrip ‘locatie’ uitgelegd; iedere locatie is een vak van 250 bij 250 meter. Weliswaar was de uitleg lastig te vinden, maar de arbiter oordeelde dat als er bij de aannemer onduidelijkheid bestond over dat begrip, aannemer X tijdens de aanbesteding maar een vraag hierover had moeten stellen.

Arbiter

De arbiter benadrukt dat hij van oordeel is dat ook de aannemer had kunnen weten dat zijn uitleg niet juist was. De kosten die aannemer X voor de verkeersmaatregelen in rekening had gebracht waren door zijn interpretatie hoger geworden dan de kosten voor de bestrijding van de eikenprocessierups! En de kosten voor de verkeersmaatregelen waren feitelijk gering omdat het om een simpel opklapbord op een rijdende of stilstaande wagen ging. De wanverhouding tussen de kosten voor de eigenlijke bestrijding en die voor de ondersteunende taak beoordeelde de arbiter als onredelijk. Aannemer X had wel recht op een vergoeding, maar per locatie en niet per boom. Omdat aannemer X in de arbitrageprocedure niet inzichtelijk had gemaakt hoe vaak hij de kosten voor verkeersmaatregelen wel in rekening had kunnen brengen, zijn die kosten ingeschat door de arbiter. Die kwam op een veel lager bedrag uit dan wat aannemer X oorspronkelijk in rekening had gebracht. De vordering van de aannemer werd daarom afgewezen. Sterker nog, de gemeente had een tegenvordering ingediend omdat zij meende dat ze al te veel had betaald. Ook wat dat betreft kreeg de gemeente gelijk waardoor aannemer X uiteindelijk zelfs een bedrag moest terugbetalen.

Redelijkheid

Aannemer X kreeg het lid behoorlijk op de neus. Er kan natuurlijk altijd verschil van inzicht bestaan over de uitleg van termen of andere onderdelen van een overeenkomst. Stel daarover zo veel mogelijk vragen tijdens een aanbesteding. En als er dan achteraf discussie ontstaat, speelt de redelijkheid ook nog een keer een rol.

Bomenrecht

Bomenrecht

In 2013 heb ik de NDV Basiscursus Dendrologie gevolgd in de Nieuwe Ooster in Amsterdam. Zoals veel deelnemers ben ik de cursus gaan volgen vanuit een zakelijke achtergrond, maar dan wel een achtergrond die weinig mensen verwachten. Ik ben namelijk advocaat van beroep. Sinds 2006 houd ik me als advocaat bezig met het specialisme Bomenrecht. Dit specialisme beslaat een flink aantal onderwerpen, maar altijd spelen bomen de juridische hoofdrol.

De meeste mensen die ik spreek over dit onderwerp denken meteen aan de burengeschillen zoals ook De Rijdende Rechter die behandelt. Natuurlijk zijn ook dat zaken die ik vaak tegenkom. Maar het onderwerp is veel breder. Het gaat bij deze expertise bijvoorbeeld ook om schade en aansprakelijkheid, over kapvergunningen of beleidskwesties bij gemeenten of andere overheden.

Bomenrecht is geen vak dat wordt gedoceerd tijdens de rechtenstudie. Het was voor mij ook geen tevoren uitgestippelde carrière. Zoals veel dingen in het leven was het ook hier toeval dat mij tot dit specialisme bracht. Een goede relatie van mij is boomonderzoeker. Hij vroeg mij ooit mee te werken aan een cursus over Massaria, de ziekte in Platanus, waardoor soms dikke takken snel aangetast kunnen worden en kunnen afbreken. Ik mocht iets vertellen over de juridische aspecten van die ziekte voor de eigenaren van die bomen. Eenmaal in het onderwerp verdiept ontdekte ik zowel de gevarieerdheid ervan als de brede behoefte aan juridische informatie op dit vlak. Toen ik dit specialisme oppakte vonden al snel allerlei dossiers de weg

naar mijn bureau: discussies over teakhoutbeleggingen, schades aan bomen, burengeschillen en veel algemene vragen. Dat laatste was ook de reden waarom ik de website www.bomenrecht.nl heb gelanceerd. Een groot deel van de vragen die bij particulieren speelt kan op die website worden beantwoord. De site wordt inmiddels dan ook goed bezocht.

Burenrecht

Een aantal van de meest voorkomende onderwerpen van het bomenrecht stip ik kort even aan. Het meest tot de verbeelding sprekende onderwerp blijft toch wel het burenrecht. Zowel partijen als buitenstaanders houden er altijd extreme meningen op na; ‘Natuurlijk moet zo’n boom weg’ of ‘het is toch belachelijk dat die boom weg moet’. Genuanceerde uitgangspunten komen weinig voor. Dat is ook één van de redenen waarom de discussies daarover altijd hoog oplaaien. In een aantal artikelen van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden zaken geregeld die gelden voor eigenaren van naburige percelen. De voor bomen meest relevante artikelen licht ik hieronder kort toe.

De verboden zone (5:42 BW)

In het BW staat dat in beginsel bomen niet mogen staan in een zone van twee meter vanaf de erfgrens, de zogenaamde ‘verboden zone’. Voor heesters geldt een verboden zone van een halve

meter. Deze regel leidt vaak tot geschillen omdat er nogal wat uitzonderingen zijn. Zo is er de verjaring. Staat de boom al zichtbaar meer dan twintig jaar in de verboden zone, dan verjaart het recht om verwijdering te eisen. Ook kan het zijn dat er in het verleden toestemming is gegeven. Verder kunnen er plaatselijke gewoontes zijn die afwijkende (kleinere) afstanden bepalen. Daarnaast kan de gemeente in de APV de twee meter afstand kleiner bepalen. Soms zelfs tot nihil. In dat laatste geval is er dus, in afwijking van het BW, in die gemeente helemaal geen verboden zone.

Overhangende takken (5:44 BW)

Een grote bron van ergernis voor veel mensen zijn de takken van andermans boom die boven het eigen perceel hangen. In beginsel is dat ook onrechtmatig. Als eigenaar van een perceel heb je recht op het ongestoorde genot van je perceel, ook in verticale zin. Je kunt daarom als eigenaar van het perceel eisen dat de eigenaar van de boom de overhangende takken verwijdert. Wanneer hij dat niet wil doen, dan kun je het afdwingen bij de rechter. Onder voorwaarden mag je ook zelf snoeien. Dat laatste leidt vaak tot geschillen. Veel mensen denken dat je zelf altijd alle overhangende takken, in een rechte lijn omhoog, weg mag snoeien. Dat is niet juist! Je hebt namelijk wel het recht om overhangende takken weg te halen maar dat is niet onbegrensd. Je mag andermans boom niet onherstelbaar vernielen of dood maken. Het weghalen van de helft van de kroon, omdat deze helft boven je perceel hangt, is dus onrechtmatig. Wanneer de buurman dit toch doet, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade aan de boom. De Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) heeft een rekenmethode om de hoogte van een dergelijke schade te berekenen.

Onrechtmatige hinder

Een lastige discussie is die over de onrechtmatige hinder. Hinder is namelijk een relatief begrip. Wat voor de één hinder is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Er zijn mensen die geen enkel blaadje of takje van een ander in hun tuin accepteren omdat ze dat hinderlijk vinden. Door anderen wordt weer iedere minuut aan gemiste zonnestralen door de boom van de buurman als onacceptabele hinder ervaren. Niet alle ervaren hinder leidt er echter toe dat een ander zijn boom moet kappen. Maar wanneer wel? De Hoge Raad heeft ooit aangegeven dat het afhangt van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade

in verband met de verdere omstandigheden van het geval. Een redelijke mate van hinder, zoals normale bladval, zal moeten worden geaccepteerd. Pas als de hinder duidelijk zwaarwegend en buitenproportioneel is, zal de hinder ook onrechtmatig zijn en zal de boomeigenaar iets moeten doen om de hinder weg te nemen. Specifieke omstandigheden van het geval kunnen een rol spelen. Wonen de partijen in een bosrijke omgeving of stond de boom er al voor de klagende buren hun huis kochten? In beide gevallen hebben de buren meer hinder te accepteren. Rechters in Nederland nemen hinder niet snel aan. Afgezien van het belang van de eigenaar op bescherming van zijn eigendom, geven de rechters in de jurisprudentie ook aan dat de samenleving gediend is bij de aanwezigheid van bomen. Als hinder te snel leidt tot kap dan zullen er te veel bomen verdwijnen, aldus de rechters.

Schade door bomen

Het komt in Nederland regelmatig voor dat bomen door windworp, stambreuk of uitbrekende takken letsel veroorzaken bij personen of schade veroorzaken aan andermans eigendommen. Eén van de eerste vragen die dan gaat spelen is: wie moet de schade dragen, de eigenaar van de boom of het slachtoffer? Daarbij is het vaak relevant om te bepalen of de eigenaar van de boom aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Niet iedere eigenaar weet dat hij zijn boom regelmatig op veiligheid moet laten controleren en regelmatig moet laten onderhouden. Doet hij dit niet, dan heeft hij niet aan zijn zorgplicht voldaan en kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die zijn boom heeft veroorzaakt. Hoe vaak de boom moet worden gecontroleerd en onderhouden is o.a. afhankelijk van de locatie van de boom en de hoogte van de boom. Bomen op risicovolle locaties moeten minstens eenmaal per jaar worden gecontroleerd, op minder risicovolle plaatsen in beginsel eens per drie jaar.

Schade aan bomen

Andersom kan de discussie ook spelen. Als iemand een boom van een ander beschadigt, dan kan het heel goed zijn dat de schade die de boomeigenaar daardoor leidt, door de veroorzaker moet worden vergoed. Bomen hebben namelijk een zekere economische waarde. Een beschadiging kan leiden tot verkorting van de levensduur en dus van waardeverlies. En ook als een boom geheel verloren is gegaan, kan er een schadebedrag berekend worden. Vaak wordt dan gekeken naar de kosten die het met zich meebrengt om een vergelijkbare boom van vergelijkbare omvang op die locatie te krijgen. Denk daarbij aan het aanschaffen van een boom, maar ook de kosten voor jarenlang onderhoud en controle.

Kapvergunningen

En dan zijn er nog de kapvergunning discussies: de eigenaar van een boom wil deze kappen en vindt soms op zijn pad de gemeente, die in sommige gevallen geen vergunning wil verlenen. Of denk aan derden, zoals natuurorganisaties die bezwaar maken tegen een verleende vergunning. Er speelt veel in ‘vergunningenland’. Om te voldoen aan de wens van deregulering en bezuiniging gooien veel gemeenten hun beleid om. Waar eerst voor bijna alle bomen een vergunning moest worden aangevraagd, gebruiken veel gemeenten nu een bomenlijst. Alleen voor de bomen op de lijst is dan een vergunning nodig, de rest kan vergunningvrij worden geveld. Maar ook bij het nieuwe beleid zijn discussie over de kapvergunningen niet verdwenen.

De lijst met juridische onderwerpen kan nog veel langer worden. De Basiscursus Dendrologie was een zeer welkome inhoudelijke aanvulling voor mijn specialisatie. Sommige boomsoorten vereisen bijvoorbeeld een andere mate van controle en onderhoud dan normaal. Andere boomsoorten kunnen een hoger risico op schade opleveren, bijvoorbeeld omdat er sprake is van uitgestelde onverenigbaarheid. Het is ook goed om te weten welke bomen wel en welke niet goed bestand zijn tegen bovengemiddelde snoei. Natuurlijk was de cursus ook erg zinvol voor de communicatie met professionele boompartijen en boomdeskundigen, want ook de bomenwereld heeft zijn eigen jargon. Goede kennis van dendrologie is onontbeerlijk om een echte specialist te zijn op het gebied van bomenrecht. Dat zelfs de rechter zulke kennis nog wel eens ontbeert, blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 december 2011. Die schrijft in een zaak over schade door een omgevallen Aesculus hippocastanum over de lamineermot in plaats van de mineermot.

DIRECT CONTACT
HAUT Legal & Tax
Hooghiemstraplein 167
3514 AZ Utrecht NL
 
030-2718844
jilles@hautlegal.nl